Geboeid door Bolt

Stoere samenzang, waardig begeleid

Door: Evert van Dijkhuizen

Klaas Bolt moest niets hebben van musicologen die de gemeente wilden laten zingen als een cantorij. Hij hield van stoere samenzang, op een waardige manier begeleid. Tien jaar na Bolts overlijden zijn er nog steeds organisten die in zijn voetsporen gaan. Dick Koomans en Frank van Basten, twee fans, vertellen wat hen boeit in Bolt.

Stoere samenzang: Bolt (1927-1990) heeft het wat een keren meegemaakt in de Bavo. Bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse volkskerstzangavond. De kerk zat dan altijd tjokvol. De uit volle borst zingende menigte stimuleerde Bolt 'zijn' Müller-orgel af en toe flink te laten daveren, maar banaliteiten waren hem vreemd. "Het volle werk was bij Bolt niet: alles open", zegt zijn 43-jarige oud-leerling Dick Koomans. "Wijzend op de registerknoppen zei Bolt vaak: Die kan eruit, en die, en die: allemaal windsnoepers. Wat hij dan overhield, klonk prachtig."


Klaas Bolt achter het klavier van het Müllerorgel in 1961

Hoewel Koomans, organist van de Johanneskapel in Amstelveen, de Bolt-stijl van haver tot gort kent, vindt hij het moeilijk te zeggen wat die stijl nu precies inhoudt. "Ik kan beter zeggen wat het niet is. Het is geen virtuoze en op effect gebaseerde speelwijze. Bolt dacht tijdens het spelen altijd vanuit het instrument. Hij vroeg zich steeds af: Welke registratie en welke speelwijze komt op dit orgel het best tot haar recht? Bolt kon virtuoos zijn, maar techniek was voor hem middel, geen doel. Hij speelde heel zangrijk, haast vocaal; zijn tempi waren voornaam. Bolt was kerkorganist in hart en nieren."

Hoewel de Haarlemse musicus, die 37 jaar de zondagse diensten in de Bavo speelde, uitgesproken opvattingen had, was hij de eerste om zich aan te passen aan de plaatselijke situatie wanneer hij als gastorganist ergens optrad. Koomans: "Bolt zei altijd: De gemeente heeft meestal een eigen tempo. Hij probeerde dus nooit de mensen sneller of langzamer te laten zingen dan ze gewend waren. Hij had er ook geen enkele moeite mee om niet-ritmisch te begeleiden als dat werd gevraagd. En toevallige verhogingen, zoals de gis in psalm 68, speelde hij gewoon als dat plaatselijk de gewoonte was. Bolt was niet dogmatisch. Hij zei nooit: Zó moet het."

Groot vakmanschap
Als Frank van Basten (1957), organist van de Utrechtse Westerkerk, de bekende variaties van Bolt over psalm 43 speelt, dan valt hem op hoe creatief de Haarlemse Bavo-organist was. "Bolt gebruikte heel klassieke vormen, zoals de canon en de fuga, maar wist die te combineren met een voor de gewone kerkganger verstaanbare muzikale taal. Zijn muziek vertoont soms trekken van Jan Zwart door het toepassen van verdubbelingen, dan weer van Langlais door het loslaten van tonaliteit. En dat alles gebaseerd op een groot vakmanschap."

Ondanks zijn bewondering voor Bolt wil Van Basten, die staatsexamen orgel deed, de Haarlemse musicus niet op een voetstuk plaatsen. "In feite heeft Bolt de draad opgepakt waar die was blijven liggen. Hij introduceerde weer de typisch Hollandse manier van improviseren over de psalmen zoals in de 17e en 18e eeuw gebruikelijk was. Dát is zijn verdienste geweest."

Tot de Bolt-stijl behoort onder meer het spelen van de melodie als een sterke cantus firmus, begeleid door volgrepige akkoorden in de linkerhand en een krachtig pedaal. Van Basten kan met die manier van begeleiden goed uit de voeten op het 28 stemmen tellende Quellhorst-orgel van de gereformeerde gemeente te Utrecht. "De mensen zingen er heerlijk bij. Het is wel jammer dat ik de ritmiek in de psalmen niet zo kan uitbuiten als Bolt deed, omdat we hier niet-ritmisch zingen. Aan de andere kant maak ik wel, net als hij, veelvuldig gebruik van doorgangsnoten en voorhoudingen in de begeleidende stemmen."
Koomans: "Bolt verfoeide het strikt vierstemmig en strak in de kerktoonsoort begeleiden zonder enige verhoging of verlaging in een cadens. Hij vond het ook vreselijk om als gevolg van het hoge zangtempo meerdere melodienoten op één akkoord te spelen. Hij noemde dat het degraderen van de psalmen tot deuntjes."

Tussen het kerkvolk

Koomans, die zondags een pneumatisch orgel van tien stemmen bespeelt, had twee jaar les van Bolt op het Sweelinck-conservatorium in Amsterdam. "Eigenlijk was Bolt conservatoriumdocent tegen wil en dank", concludeert zijn oud-leerling achteraf. "In een examencommissie zitten vond Bolt stomvervelend. Literatuurspel was voor hem bijzaak; improviseren deed hij veel liever. Toen ik later met Bolt meeging naar ingebruiknames en op orgeltochten, zei hij vaak tegen me: Als jij nu literatuur speelt, zal ik improviseren; dan hoef ik niet te studeren... Componisten als Liszt en Vierne liet hij links liggen. Die muziek boeide hem niet."

Bolt imiteren is het laatste wat de Haarlemse musicus zelf op prijs zou stellen, meent Koomans. "Je kunt wél proberen te achterhalen wat zijn drijfveren waren en daar je winst mee doen. Bolt was sterk in het samenspel tussen orgel en gemeente. Hij luisterde écht naar de mensen; stond niet boven het kerkvolk, maar er tussenin. Hij had ook een heel goede klankvoorstelling."
Van Basten: "Bolt doet geen goedkope dingen. Je moet er voor gaan zitten, dan hoor je de mooiste dingen. Helaas past dat niet zo bij onze moderne cultuur. Ook in de gereformeerde gezindte moet muziek over het algemeen snel te consumeren zijn. Muzikaal behang noem ik dat. Daar leent Bolts muziek zich niet voor. Dat is voor mij een bewijs van zijn kwaliteiten. Trouwens, welke kerkorganist heeft tien jaar na zijn overlijden nog zoveel invloed?"

Nederland zingt
Bolt verzette zich naar twee kanten tegen wat hij hoorde op kerkmuzikaal gebied, constateert Koomans. "Hij had kritiek op collega's die te authentiek bezig waren en intussen vergaten te luisteren naar hun eigen spel, maar hij verfoeide ook de stijl van begeleiden die je kunt horen in bijvoorbeeld EO-programma's als "Nederland zingt". Daar klinken alle grote, historische orgels zo'n beetje eender, omdat ze met hetzelfde sausje worden overgoten."
Nadenkend over de positie van Bolt merkt Van Basten een overeenkomst met Jan Zwart op. "Bolt en Zwart probeerden allebei de mensen stijlbewust te maken. Beiden hadden een heel serieuze opvatting van hun taak als kerkorganist." Koomans: "Bolt speelde ook gerust muziek van Jan Zwart. En van Bastiaans, een van zijn voorgangers in de Bavo. Daar had hij grote bewondering voor."

Bron: K&M 2000 Nr.5