|
In memoriam Klaas Bolt
(6
maart 1927 - 11 april 1990)
Door: Willem van Twillert

Klaas
Bolt, geen profeet op de orgelbank, maar een organist, die de mensen
zo goed mogelijk wilde laten zingen. Woensdag 11 april 1990 s
ochtends overleed Klaas Bolt in zijn woning te Haarlem. Het was
zijn wens geweest thuis te sterven en niet in het ziekenhuis. Zaterdag
14 april werd Klaas door familie, vrienden en talrijke bekenden
begeleid naar zijn graf op de begraafplaats Westerveld
te Driehuis-Velsen. Klaas Bolt heeft zijn begrafenis nog zelf kunnen
regelen.
Het
laatste orgel waar hij zijn grote kennis aan mocht wijden is het
Schnitgerorgel van de Aa-kerk te Groningen. En juist op dit fameuze
instrument, dat in juni weer officieel in gebruik wordt genomen,
kreeg hij zijn eerste orgellessen van Johan van Meurs.
Hoe
moeilijk het ook te accepteren is, een cirkel lijkt hiermee gesloten.
Door een slopende ziekte werd de tot voor kort nog zeer energieke
Klaas Bolt weggenomen uit dit leven op 63-jarige leeftijd.
Invloed
Zijn invloed op orgelbouw en orgelspel was al in de jaren zeventig
richtinggevend. In Nederland was hij de eerste die pedaal speelde
met uitsluitend teenspel. De aan- en afspraak van de orgelpijp wilde
hij zo subtiel mogelijk beïnvloeden. Hij wilde zijn spel dan
ook alleen laten horen op instrumenten die zijn klankvoorstelling
inspireerden. En een klankvoorstelling had hij: Rond de tweehonderd
orgels heeft Klaas Bolt in de loop der jaren onder zijn klanktechnische
hoede gehad. Niet alleen organisten maar ook orgelmakers en allen
die daar bij komen heeft hij geïnspireerd.
Intoneren
is een moeilijk vak. Het gaat daarbij niet alleen om theoretische
kennis maar vooral ook om intuïtie. Met zijn intuïtie,
met zijn smaak, gevoed door kennis, heeft hij toonaangevende orgelmakers
meer inzicht bijgebracht in de subtiele wereld van de orgelpijpklank,
de orgelmechaniek, de windvoorziening, enzovoort.
Wanneer
Klaas Bolt bij een orgel op de werkvloer kwam dan dacht je wel eens:
dit register is klanktechnisch optimaal, maar vaak wist Klaas
door zijn opmerkingen je nog meer met de klank te laten doen. Kortom:
wanneer Klaas weer vertrok dan wist je dat het toch nog een beetje
beter kon, aldus een vooraanstaand orgelmaker, die mij dit
kort geleden nog verhaalde.
In
een van onze laatste telefoongesprekken had hij het ook over intuïtie
Vooral in de zestiger en begin zeventiger jaren was dit een belangrijk
gegeven. Hij sprak de laatste tijd waarderend over het feit dat
met allerlei datamiddelen, zoals computers en DAT-recorders ook
sommige orgelmakers zich allerlei feitenmateriaal verschaffen. Hij
vond dit een goede ontwikkeling. Uiteraard mocht dit niet gaan ten
koste van het ambacht, integendeel: de wetenschap moest ten dienste
staan van juist dat ambacht.
Vele
organisten amateur en beroeps in binnen- en buitenland heeft hij
nieuwe perspectieven laten zien, wat betreft orgelspel in het algemeen
en gemeentezang in het bijzonder. Zijn grote talent voor improvisatie
stelde hij ten dienste van de gemeentezang. De invloed die hij zo
heeft uitgeoefend is zeer groot geweest en zal dit nog lang blijven.
Hoe lang dat weten we niet dat zal de geschiedenis uitwijzen.
Zijn
vele werkzaamheden zijn teveel om in dit in Memoriam te noemen.
Vele elementen zijn al genoemd in verschillende gedenkschriften
in kranten.
Een aspect van Klaas Bolts activiteiten wil ik graag nog naar voren
halen, en wel zijn ijver voor de wekelijkse vesperdiensten in de
Bavo, s avonds van 19.00 uur tot 19.50 uur op zondag tijdens
de zomermaanden.
Hij
nodigde daarvoor koren uit binnen- en buitenland uit. Ook organisten
werden gevraagd om 20 minuten na de eigenlijke vesper orgelliteratuur
te vertolken. In 1987 werd op zijn initiatief de Bavo-cantorij opgericht
waarvoor Egbert Wassink als dirigent werd aangesteld. Deze cantorij
heeft Klaas vele malen in met name Engelse werken voor koor en orgel
begeleid. Feestelijke diensten waren dat. Herinneringen aan Klaas
grondige voorbereiding op deze vesperuitvoeringen komen boven. Herinneringen
aan zijn humor tijdens de repetities op donderdagavond waar ik gelukkig
vaak bij kon zijn en mee kon zingen, zijn perfectie tijdens de uitvoeringen
op zondag.
Het
zijn nu allemaal herinneringen, veel vermeld ik nu niet. Het zijn
herinneringen aan zijn veelzijdige innemende persoonlijkheid; het
gemak waarmee hij zijn majestueuze Bavo-orgel kon bespelen; zijn
virtuoze registratiekunst; zijn begeleidingskunst; het zijn allemaal
dierbare herinneringen geworden.
Het moest zo. Zo is dit leven. Het zij zo. God heeft het beschikt.
Zijn vrouw, Margarete, wens ik alle sterkte in de verwerking van
dit verlies.
Bron:
De
Orgelvriend
|